Mijn tweede blog

Dit is de blog waarop ik al mijn creativiteit kwijt kan. Was het eerst borduren en breien, nu is het alleen nog maar haken waarmee ik op dit moment bezig ben.
Ook schreef ik vele stukjes over mijn jeugd, gezin en allerlei andere zaken waarover ik iets kwijt wilde. Omdat ik die liever niet tussen mijn haakverhalen had staan, opende ik daarvoor een aparte blog. Tw. Avalon`s blog:
http://avalon045-avalon.blogspot.com/

This is my creative blog. First embroidery and knitting, now it`s all crochet. The little stories I wrote and write about my youth, family and all other things I want to write about are on my other blog called "Avalon". [see link above]. I am sorry these are just in Dutch, but if you are very curious just try Google translate.
According to this blog, it`s impossible to translate all the stories about my work. But I try to start translating the patterns. You can find the translations under the label "english pattern" . Up till now there are just seven, but I try to make more in the future.

zondag 21 april 2019

Mijn granny ochtendjas -- Het patroon




Vooraf:
Ik heb geprobeerd het zo duidelijk mogelijk op te schrijven, maar toch wordt er nog veel van het improvisatietalent van de maker zelf verwacht. Daarom raad ik het patroon aan voor een iets meer gevorderde haker.

Algemeen:
Lees ook mijn blog, daar staat ook de nodige informatie in.
–-Voor het 1e stokje van de toer maak ik 2 lossen.
–-Ik sluit de toer met 1 halve vaste in de 2e beginlosse en ga dan met halve vasten naar de eerste losseboog.
–-Een cluster is een groepje van 3 stokjes. In het patroon is het cl.
–-De eerste cluster aan het begin van de toer is [2 lossen, 2 stokjes]
–-Alle clusters worden gehaakt in de 1- of 2-lossenbogen tussen de clusters van de vorige toer.
–-Tussen de clusters komt altijd 1 losse, behalve in de hoeken, daar komen 2 lossen.
Dit vermeld ik niet meer in het patroon.

VIERKANT
1. 3 lossen
2. 4x [cl, 2 lossen], in de 1e losse.
3. 4x [cl, 2 lossen, cl], 1 losse, Dit worden de hoeken.
4. 4x [cl, 2 lossen, cl]=hoek, 1 losse, 1 cl. 1 losse en weer een hoek.
Toer 4 herhalen. In elke volgende toer komt er 1 cluster bij.

Voor de panden haakte ik een vierkant met 5 cluster aan de zijkanten [incl. 1 cluster van beide hoeken] en voor de mouw met 4 clusters aan de zijkanten. De mouwvierkanten heb ik iets kleiner gemaakt, dat kwam voor mij beter uit.
Hoeveel vierkanten je nodig hebt, hangt uiteraard van de maat af. Het komt allemaal niet zo erg nauw, maar als leidraad geef ik dit advies. Het belangrijkste zijn de pand- en mouwbreedte. Neem een lekkere slobbertrui, leg hem op de grond en meet deze maten. Pas wel op dat als je een trui meet door hem plat op de grond te leggen, je de halve breedte/lengte meet. Mijn maten waren voor de mouw 2x25 cm. en voor het panden 2x70 cm. De lengtes zijn minder belangrijk. Maak in ieder geval de mouw niet te lang, want hij is door de vierkanten erg breed, zodat je er later nog een strook aan kan haken met flink wat minderingen. Dat leg ik later nog wel uit. Voor de pandlengte reken ik ca. 50 cm. onder de mouw, maar dat mag natuurlijk veel langer. Mijn jas komt zelfs tot halverwege mijn kuit.

In totaal maakte ik de mouwen 5 vierkanten breed en 3 vierkanten lang =15x2=30 vierkanten, het achterpand 5 vierkanten breed en 8 vierkanten lang =40 vierkanten, de voorpanden 2 vierkanten breed en 8 vierkanten lang =16x2=32 vierkanten. Later heb ik de middelste 2 aan de bovenkant vervangen door halve vierkanten, om een mooie hals te maken. Dus dat waren er uiteindelijk maar 30.
Wie goed leest ontdekt dat ik bij de beide voorpanden maar vier banen breed heb gemaakt. Voor het achterpand had ik er vijf en dat is moeilijk in tweeën te delen. Ik ga dat later met stroken oplossen.

HALF VIERKANT
Voor de hals heb ik dus een half vierkant gehaakt [ahw doorgesneden op de diagonaal].
1. 3 lossen, hv in de 1e losse
2. 4 lossen, [cl, 2 lossen, cl]=hoek, 1 losse, 1 dub.st. in de ring, keren
3. 4 lossen, cl [na het dub.st], 1 losse, [cl, 2 lossen, cl]=hoek, 1 losse, cl, 1 losse, 1 dub.st, keren
Ook hier komt steeds een cluster bij aan de zijkanten.
Dus steeds eindigen met 1 losse en 1 dub.st. en na het keren beginnen met 4 lossen.
Maak de zijkanten met net zoveel clusters als de vierkanten. Ook deze worden later omgehaakt met de hoofdkleur. Dat is aan de schuine zijde wel even oppassen en een beetje uitproberen hoe het netjes uitkomt. Ook bij het in elkaar haken speelt dat probleem. Daar kan ik helaas geen kant en klare oplossing voor geven.


IN ELKAAR ZETTEN

Allereerst heb ik in de kleur waarmee ik ook de vierkanten aan elkaar zou gaan haken nog een extra toer gehaakt aan alle vierkanten. Het aan elkaar haken is simpel. Leg 2 vierkanten met de achterkant tegen elkaar aan en begin in de hoek met 2 vasten. Haal de draad door beide lagen. Daarna 1 losse en 3 vasten in de volgende lossenboog. Ga zo door tot de volgende hoek. Daarin weer 2 vasten, pak de volgende twee en ga door met de volgende twee vierkanten. Zo haak je alle vierkanten aan elkaar. Ook op de haakrichting heb ik gelet. Ik heb van boven naar beneden gehaakt en de toeren in de breedte heb ik wat minder aandacht aan besteed. Als alles aan elkaar zit, kan je eigenlijk pas iets gaan passen. Blijkt het allemaal een beetje krap [zoals bij mij] kan je er vanalles tussenzetten of aanhaken. Alles is mogelijk. Ik heb de onderstaande baan vanalles gedaan.

TUSSENBANEN

Nodig zijn ze natuurlijk niet, hoewel, als je een middenbaan tekort komt aan de voorkant moet het zeker. De lengte van de banen leidde ik af aan het aantal clusters wat aan de zijkanten van de panden en mouwen zaten. Dat was bij de schuine zijde van het halve vierkant even improviseren.

Patroon baan:
1. 7 lossen,
2. 3 stokjes in de 3e, 4e en 5e losse vanaf de haaknaald, 1 losse, 1 stokje in de 1e losse, keren,
3. cl, 1 losse, cl.
4. 4 lossen, cl. 1 losse, 1 st. tussen het 2e en 3e stokje van de vorige toer
Toer 3 en 4 steeds herhalen tot de gewenste lengte.
5. Met de hoofdkleur heb ik ook deze banen helemaal omgehaakt. 1 cluster in de "gaten" en 1 losse ertussen. In de hoeken [cl. 2 lossen, cl.]

Ikzelf heb banen gemaakt langs de zijkanten van het achterpand en de beide voorpanden. Voor het midden heb ik dezelfde banen gemaakt [dubbel] helemaal van onder tot in de nek. Ook de ceintuur is van hetzelfde patroon. Die maakte ik ook dubbel.  


Aan de uiteinden van de mouw heb ik drie toeren gehaakt van clusters van halve stokjes. Ook liet ik de lossen tussen de clusters weg om de mouw iets smaller te maken. Helaas lukte dat maar ten dele en heb ik er uiteindelijk elastiek in geregen.

Het kleine lusje mislukte totaal, dus heb ik dat hier niet beschreven. 13 lossen van een dubbele draad bracht uitkomst. Tot slot heb ik nog een vastentoer aan de onderkant van de jas gehaakt. Dat werden dus “clustervasten” met 1 losse ertussen. Hopelijk heb ik alles beschreven, want het was nogal wat. Als je er niet uitkomt, kunnen de foto`s misschien nog helpen. Er staan er verschillende op de blog en ook nog in dit patroon.

Succes!


Gemaakt: maart/april 20191
Patroon: 21 april 2019
Ontwerp: Willy Haarsma

zaterdag 20 april 2019

Granny ochtendjas-3

Hij is af!  Het was best nog een klus om alles voor elkaar te krijgen, want steeds kwam er weer  iets bij waaraan ik niet gedacht had, of bleek iets wat ik bedacht had helemaal niet te werken. Maar goed, waar was ik gebleven aan het eind van de vorige blog. De jas zat in elkaar zonder de middenbanen. Ook de onderkant van de mouwen moest nog en hoe ik de hals moest maken was nog een raadsel. Omdat ik, op dit moment, besloten heb, het patroon ook te gaan opschrijven hier, ga hier nu niet de haaktechniek vertellen, maar alleen vertellen wat ik zoal tegenkwam. Het “hoe” van het haken  komt in het patroon wel.

Het eerste wat ik,  na het schrijven van episode 2, maakte,  waren de middenbanen. Daarmee was ik nog op vertrouwd terrein, want die haakte ik net eender als de zijnaad-banen. Toen ze klaar waren vond ik het geheel een beetje slap en besloot deze dubbel te maken. Dat gaf een mooie en lekker stevige afwerking. Voordat ik die banen kon gaan bevestigen moest ik eerst iets doen aan de hals. Daar had ik, in het midden, domweg twee 4kanten weggelaten. Voor een nette hals  heb ik twee halve 4kanten [ahw doorgeknipt op de diagonaal] gehaakt, waardoor een soort van Vhals ontstond. Toen kon ik de lange middenbanen er, in een rechte lijn, tegenaan haken. Voordat ik die dubbele baan helemaal afsloot heb ik, vanaf het halve vierkant links, via de nek achterlangs, naar het halve 4kant rechts, een 5 cm breed stuk elastiek meegenaaid, zodat de hele halspartij wat steviger werd. Ook de mouwen heb ik afgewerkt en tot slot was ik van plan een lange rits aan de voorkant te zetten zodat hij netjes afsloot.





Die rits dat was nog wel een dingetje, want los van het feit, dat ik het inzetten van een rits, een uitgesproken rotklus vind, kon het bijna niet, omdat die buitenste toer van die middenbanen erg dik is. Ik zou. die rits er dus met de hand in moeten zetten, want dat kreeg ik met de naaimachine nooit voor elkaar. Maar ook die optie “met de hand erin zetten” was niet fijn, want voordat je het weet, heb je hem door het gebruik weer losgetrokken, omdat hij er niet stevig genoeg kan worden ingezet. . Dochter Ingrid bracht uitkomst door te zeggen "Waarom maak je niet gewoon een lange band,  waarmee je hem om je middel dichtknoopt". Dat was het beste idee, waarvan de eerlijkheid me gebied, te zeggen, dat ook Suzanne al zoiets in die richtung had opgemerkt. Luisteren is ook een vak! Dus startte ik wederom met lange banen haken in hetzelfde patroon en ook weer dubbel.


Als laatste moest er natuurlijk nog een lusje  in de zijnaad om de ceintuur op zijn plek te houden. Ik had een mooi, passend strookje bedacht, maar dat werkte helaas voor geen meter. Het was te lang en te breed en was totaal ongeschikt om de ceintuur op zijn plaats te houden.Later heb ik wel één van die stroken gebruikt als lusje, maar, hoewel het nu nog in gebruik is twijfel ik ook daar aan, want het gehele zaakje begint al behoorlijk uit te zakken. Een dubbeldraads sliertje van 13 lossen bracht in ieder geval uitkomst voor de zijlussen en de jas was klaar. Hoewel....zo eens kijkend naar dat ding, bedenk ik me ineens, dat een vastenrandje aan de onderkant ook geen slecht idee zou zijn. Het ziet er daar zo onaf uit!



Een dag later……….

Jahoor, bij alle problemen die ik ben tegengekomen, wat dit een eitje. De jas heeft nu ook een nette onderkant. Karel kan tevreden zijn en ik ga op naar het volgende projekt.


donderdag 11 april 2019

Granny ochtendjas-2

Oei dat was best spannend. Vandaag heb ik de mouwen [nu nog met steekmarkeerders] en zijnaden dichtgemaakt. Het kwam gelukkig tot op het gaatje uit!  Goede berekening of geluk?  Ik wilde zeggen ik hou het op het laatste, maar nee, een combinatie van die twee is beter. Ik ben blij dat het lukte, want ik heb al genoeg uitgehaald, omdat ik niet uitkwam. Trouwens, het is raar werken voor mij. Ik heb geen idee hoe het eindresultaat gaat worden, want ik werk van fase naar fase. Van de middenbanen, die er nog aan moeten, weet ik al, hoe die moeten gaan worden, maar hoe ik de hals, de uiteinde van de mouwen, de onderkant en uiteindelijk de sluiting van de jas moet gaan afwerken is nog een raadsel. Maar goed, elke fase op zijn tijd. Ik ga ze nu één voor één afwerken. Dat is een manier van werken, die ik eigenlijk altijd heb vermeden, maar nu ik zo bezig ben, vind ik het eigenlijk wel leuk.

dinsdag 9 april 2019

Granny ochtendjas


Vanaf dat wij hier in Grootebroek wonen, loopt echtgenoot Karel al te klagen dat ik niet in mijn t-shirt en onderbroek met alleen mijn vest eroverheen [en dus met blote benen] in huis kan lopen als ik net mijn uit bed kom. Dat vest reikt als ik het dichtrits zo ongeveer tot aan mijn knieën, dus vind ik dat gemopper nogal flauwe kul, want als ik zomers in mijn wielrenbroekje loop, zie je meer. Maar ala, schijnbaar trek ik het me toch aan en heb al vele malen lopen denken, waar ik in hemelsnaam een ochtenjas kan kopen. Aangezien ik een nerd ben in het aanschaffen van kleding, kom ik er niet uit, want verder dan het idee, dat de mode wat maten betreft, niet verder gaat, dan wat uit zijn krachten gegroeide kindermaten, kom ik niet.

Mijn eigen maat is “groot” met hoofdletter G tot XX-large en "grote maten" associeer ik al jaren met tuttig en duur. Dus maak ik het meeste maar zelf en stel absoluut geen eisen aan "nette" kleding. Een rok/jurk en/of panty heb ik minstens in geen 40 jaar gedragen en doen me heel erg denken aan oude films en vrouwen die verleidelijk moeten zijn. Daar dit voor mij gelijk staat aan zer vrouwonvriendelijk is dat voor mij dus helemaal not-done.

Maar okee, terug naar die blote benen. In combinatie met mijn wolopruimwoede kreeg ik ineens een goed idee. Allemaal vierkantjes haken en die nu eens niet gebruiken voor een zoveelste deken, maar ze samenvoegen tot een knieën-bedekkende ochtenjas. Echt warm zou hij niet zijn met al die gaten, maar dan maken we hem maar zo wijd dat er nog een trui onder past. Het belangrijkste is dat het ondanks die gaten, mijn blote benen zoveel mogelijk bedekt.




Zo gezegd, zo gedaan. Allereerst heb ik al mijn losse bolletjes met dezelfde dikte bij elkaar geraapt en ook aan dochters Suus en Ingrid gevraagd of ze nog iets wilde doneren. Suus had er nog een hoop [waarvoor dank] en met goede moed begon ik te haken. Ik nam een simpel vierkant. 3 stokjes als groepje, met 1 losse tussen de groepjes en 2 lossen tussen de twee hoekgroepjes. Dat was simpel. Moeilijker was de juiste grootte te schatten, maar met de gewenste mouwbreedte [50 cm] en pandbreedte [70 cm] moest het lukken. Een beetje lastig was, dat ik voor het achterpand uitkwam op een breedte van 5 vierkanten. Hoe moest ik dat nou verdelen aan de voorkant? Twee panden van 2 vierkanten breed dat werd te smal en twee panden van 3 vierkanten dat werd te breed. Ik besloot tot het eerste, ook al omdat mijn voorraad kleurtjes behoorlijk begon uit te dunnen en ik die extra 8 vierkanten niet meer op een leuke manier kon maken. Dan moest ik in het midden maar twee stroken ertegenaan zetten in één kleur, daar was evt. nieuw nog altijd aan te komen.

Voor het eerst heb ik bij het aan elkaar zetten van de vierkanten de techniek gebruikt om ze aan elkaar te haken. Dat had ik nog nooit gedaan, omdat ik altijd bang was dat ik niet uit kwam met de steken. Nu had ik precies dezelfde maat vierkanten [behalve de mouwen, waarvan de vierkanten kleiner zijn] dus durfde ik het aan. Achteraf was dit toch weer niet echt slim, want hoewel het echt heel mooi en stevig is, werden de panden door het meer samentrekken, iets kleiner, wat mijn berekeningen overhoop gooide. Ook hier zal ik dus met extra stroken moeten gaan werken, wat ik trouwens helemaal niet erg vind, want het staat denk ik, echt mooi.


Op het moment heb ik de van de panden en mouwen met de vierkanten in elkaar gezet. Ze zijn nog los en ik kan met wat meer gemak meten en plannen hoe breed en lang de stroken moeten worden. Hopelijk gaat dat goed. Ook hoop ik dat de lengte goed is, die zelfs nu nog, niet echt goed te meten is. Toch heb ik er vertrouwen in dat hij in ieder geval onder de knie valt, maar hoever, is nog een complete verrassing. Wordt vervolgd.......


vrijdag 15 maart 2019

Brei-uitdagingen

Het lijkt wel lente in mijn lijf. Ik heb al minstens een maand opruimkriebels. Hoewel? Ik kan het eigenlijk allang heel moeilijk hebben, als er personen of dingen op mij liggen/zitten wachten. Op het moment is mijn wolvoorraad het slachtoffer. Ik had last van een grote plastic bak met wolletjes, die nog steeds op een doel lagen te wachten. Omdat het berenhaken in de ijskast is geplaatst, wat na 298 beren niet zo onlogisch is, hebben ineens een heleboel bolletjes geen doel meer. Kijk en daar zit hem nou net het probleem. Dat worden dus doelloze bolletjes, die in mijn ogen gewoon maar liggen te liggen, waar ik dus niet tegen kan. Lastig!.

Daar het hele haken door allerlei persoonlijke besognes een beetje vastliep, ben ik gaan breien. Ik had niet verwacht ooit het breien weer op te pakken, maar ja, mijn handen moesten toch iets te doen te hebben tijdens het tv kijken, want anders rolde ik, zelfs tijdens de meest interessante tv-programma`s, voordurend in slaap en bleef ik terugspoelen. Ik dook in de wolletjesbak en combineerde wat kleuren en breide een dikke dubbeldraadse trui. Dat ging snel en was in de kortste keren af. Eigenlijk niet zo slim, zo`n enorm warme trui, want de temperatuur begint alweer wat hoger te worden en is dus momenteel veel te warm. Nou ja, er komt geheid wel weer een nieuwe winter aan, waarin ik hem wel nodig zal hebben.

Toen dook ook dochter Suzanne in haar wollenbak. Die had nog veel meer, dus heb ik voor haar ook nog maar zo`n dikke dubbeldraadse trui gebreid, die even snel af was en waarschijnlijk ook tot volgend jaar moet wachten om gedragen te worden. Echter zij had nog meer. O.a 8 bollen fenna, waarvan ze geen idee had, wat ze er mee kon doen. Ze dumpte die ook maar bij mij en ook daarvan heb ik een trui gebreid. Erg mooi, maar of die in het dragen ook zo praktisch is, daar zet ik zo in mijn twijfels bij.


Intussen ging ik als een speer en belandde weer in mijn eigen wollenbak. Hij was al aardig geslonken, maar zo te zien had ik nog wel genoeg om nog een trui te maken. Dat werd een uitdaging! Punt 1 was slim omgaan met de beschikbare wol en punt 2 was dat het nog een beetje mooi moest worden ook. Ik raapte alle gebroken wit, rood en roze van Saskia wol en een donker geel van Zeeman bij elkaar en bekeek de voorraad. De beide bollen rood waren niet exact hetzelfde, maar ja, dat moest dan maar. Door de ene bol in de mouwen en de andere in de panden te verwerken, zou je het nauwelijks zien. Ook het gebroken wit was een beetje twijfelachtig, maar ala, ik moet niet zeuren. Uit voorzorg heb ik eerst de mouwen [tegenlijk] gebreid, want door de meerderingen is het onmogelijk om in te schatten hoeveel wol ik daarvoor nodig zou hebben. Toen de panden. Omdat daarin geen meerderingen meer voorkomen, kon ik de draadlengte van 1 toer meten wat me enorm zou helpen, met het uitkienen van de wol. Ondanks dat, breide ik die panden, per baan tegelijk op, zodat ik bij een tekort aan wol, hooguit twee banen van 10 toeren zou moeten uittrekken.



Nu was ik op het keerpunt. Het banenpatroon van de mouwen en de panden is tot nu toe hetzelfde. Echter de mouwen zijn maar 44 cm lang, dus ook de panden zijn nu ongeveer die lengte. Nu komt de grootste uitdagen. Met de resterende wol moet ik nog ruim 30 cm breien per pand, en ik heb geen idee hoe ik dat zal moeten gaan aanpakken. Ik heb nog vrij veel geel en gebroken wit, maar of het genoeg zal zijn? Ook zal ik de beide kleuren rood op één of andere manier moeten verwerken, want die kleur zal toch wel de boel een beetje moeten opfleuren. Haha, ik ben er nog niet uit, maar dat komt gerust nog wel. 







20 maart 2019

Hij is af. Ik heb nog zat over en mijn berekeningen waren prima. Helaas zijn de mouwen een beetje kort, maar dat mag de pret niet drukken. Beter dan te lang, want dan hangen ze overal in. Ik heb hem meteen aangetrokken, waardoor hij “gewoon” bij mijn kledingvoorraad is gaan wonen.

zaterdag 2 maart 2019

Vloerkleed

Hoewel ik een bloedhekel heb aan leeftijdgebonden opmerkingen, kan ik er toch niet onderuit dat ik intussen op een leeftijd ben gekomen, waarop ik een behoorkijk blik met herinneringen kan opentrekken. Een poosje terug zag ik een één van de handwerkgroepen van fb dat iemand die een vloerkleed had gemaakt van touw. Dat deed mij meteen denken aan mijn vloerkleed,  wat ik met haaknaal 10 van sisaltouw had gehaakt. Met die dikke haaknaald en behoorlijk dikke touw ging het allemaal natuurlijk heel snel, maar hoe mijn handen eruit zagen na een uurtje haken, wil je niet weten. Jeetje, wat was die sisaltouw stug! Lang achter elkaar haken was niet aan de orde en het pleit voor de haaknaald, die alleen maar in één of andere plastic versie te koop was, dat hij niet is gebroken. 


In de wetenschap, dat ik bijna vanaf het begin foto`s had gemaakt van al mijn werkstukken, ging ik vol vertrouwen op zoek naar een foto van dat kleed. Dat vertrouwen bleek na een stevige zoektocht een beetje onterecht, want er was onder het woord “vloerkleed” niets te vinden. Onder het kopje “hamster” had ik meer geluk. Ja, vaag herinnerde ik me iets van een hamster, die ik een keertje op de foto had gezet. Dat hij toevallig op dat gehaakte kleed zat, kwam voor dit stukje bijzonder goed uit. 

Een patroon had ik niet, maar haakte een ovaal uit de losse pols en even opschrijven wat ik gedaan had is niet bij me opgekomen.  Jammer, maar helaas, ik ben er waarschijnlijk vanuit gegaan, dat ik het toch nooit meer zou maken. Dat klopt natuurlijk wel, maar ja, dat ik later, via internet ook anderen met een patroon blij zou kunnen maken, kon ik in de jaren 80 ook niet vermoeden. 


zaterdag 2 februari 2019

Rommelzoodje

Met deze post, begon ik, vol goede moed met een trui: 


Ik wilde dus een dubbeldraads lange trui maken, waarbij ik, omdat ik nog zoveel witte wol, had liggen, met de ene draad [wit] de hele trui wilde doorbreien, en voor de tweede draad er steeds een andere kleur toevoegen. Zo gezegd, zo gedaan. De mouwen waren een eitje. Ik had ze bedacht zonder kleurwissels. Een gele en een groene. Ik nam de aantekeningen van mijn blauwe vest erbij, want die maakte ik met dezelfde wol, dus moest het met dezelfde naalddikte allemaal wel lukken. Netflix erbij en breien maar! Dat ging allemaal prima. 

De panden breien werd wat lastiger. Ik had het plan opgevat, om voor de verandering, eens een keer het voor- en achterpand hetzelfde te maken, dus werd het even uitkienen, hoe ik het zou aanpakken met de resterende kleuren wol. Met een geruststellend plan B [gewoon twee verschillende panden] in mijn achterhoofd, begon ik met goede moed. Ik breide het eerste pand t/m de 1e groene baan. Eigenlijk wilde ik de trui groen/geel houden, maar toen ik zag hoeveel wol ik nog over had, kon ik dat vergeten. Het roze moest erbij, want anders had ik geen geel genoeg em het tweede pand te breien. Op de gok ging ik verder en breide het eerste [achter]pand af. Op een bepaalde hoogte maak ik dan een schouderafschuining en kant de resterende steken in één keer af. Die schouderafschuining en later bij het voorpand de hals, zijn essentieel, want hoe leuk het ook klinkt om een trui te maken van twee rechte lappen, het zit voor geen meter. De trui kruipt helemaal op tegen je hals en je krijgt een enorm benauwd gevoel van. Daarna maakte ik het tweede pand. Met het aantal nog resterende wol ging het prima, maar ik ontdekte wel dat het geheel langer werd dan ik verwachtte. Oef dat wordt meer een jurk dan een trui. Nou ja, dat is ook wel leuk. 

Nadat ik beide panden af had, kwam ik tot de ontstellende ontdekking dat ik de beginboord veel te smal had gemaakt. Ik had verdorie veel te weinig steken opgezet om een fatsoelijke boord te maken. En erger, na het provisorisch in elkaar zetten en passen ontdekte ik, dat ik er nauwelijk in kon. Hij zat strak om mijn benen en de boord viel net boven de knie. Dat was niet te doen en geen gezicht. Jeetje, stond dat fout in de aantekeningen en heb ik als een duffe sufferd gewoon die verkeerde aantallen genomen? Dat is me nog nooit overkomen. Ik ga het niet nakijken. Gelukkig was de trui zelf breed genoeg. Wat nu te doen? Helemaal uittrekken? Oh, nee, geen denken aan! Ik had de trui in tricotsteek gebreid en daar viel waarschijnlijk nog wel wat aan te doen. Met de moed der wanhoop heb ik in de laatste toer van de boord, de schaar gezet. Zo kon ik, na alle steken apart te hebben losgehaald, de boord eraf halen. Gelukkig zat ik goed, want het was slecht te zien met die gemeleerde zwart/witte draad en kon daarna de meerderingstoer terugsteken. En dat allemaal in tweevoud! 
Dat werd een lange avond! Toen alle steken weer netjes op de pen stonden heb ik uit angst weer een te smalle boord te maken, het complete aantal steken genomen om een afsluitende rand te breien. Dan maar geen trui, want het lijkt nu niet alleen een jurk, het is het bijna. 

Na dit debacle had ik het wel even gehad, maar natuurlijk ging ik door. Zelfs, de altijd moeilijke klus, van het steken opnemen voor de halsboord ging redelijk snel. Hoeveel steken ik moet opnemen blijft iedere keer weer een vraag, die na alle truien die ik al gebreid heb, nog steeds niet is opgelost. Maar ook daarvoor heb ik een plan B. Dat bestaat uit: 1. vooral niet te klein maken, 2. brei een hoge boord, 3. zo nodig de boord gebruiken als zoom en inslaan en 4. een elastiek erin Of ik dit tweede plan nog gebruiken moet, weet ik nog niet want ik ben momenteel nog halverwege de boord. 

9 uur later: Hoera mijn trui is af. Ik heb hem nu aan. Hij past prima, maar is beslist niet oversized. Wel is hij lekker warm. De onderboord is goed, hoewel hij een beetje opwipt. Nou ja, als dat zo blijft, kan ik altijd nog plan B2-punt 3 en 4 toepassen. Maar voorlopig laat ik het zo. Weer een projekt gesloten!

dinsdag 31 juli 2018

Vliegengordijn

 Wat een hitte heerste er in de afgelopen dagen. Dat zal niemand zijn ontgaan!. Gelukkig is het op het moment wat minder warm en ben ik weer een beetje actief te krijgen. Toen het zo warm was, bestonden mijn hobbyactiviteiten slechts uit denken, wat ik zou gaan doen als het weer wat koeler werd. 

Het berenhaken ben ik momenteel voor zoveelste maal een beetje zat en aan het muizenprojekt heb ik ook een eind gemaakt. Het was wel leuk om eens iets anders [die muizen dus] te doen, maar het werken met katoen is beslist niet één van mijn favoriete bezigheden. Wat is die troep stug! Mooie kleurtjes, dat wel, maar met het afwerken van de draadjes had ik een tangetje nodig om naald en draad door het werk te krijgen. Verder moest ik de vulling in panties doen [terecht], maar die heb ik helemaal niet. Ik krijg al kippevel als ik aan die dingen denk, laat staan dat ik ze moet dragen. Dus kocht ik kniekousjes, die ik doormidden knipte. Toch had ik daar geen vrede mee. Om zomaar nieuw gekochte dingen meteen door te knippen, vond ik heel erg moeilijk. Ik heb het gedaan, want anders kon ik de muizen niet afmaken, maar al met al genoeg aanleiding om na 44 muizen er maar eens mee te gaan stoppen.

Als zovaak in mijn stukjes dwaal ik weer af. Ik was bezig te vertellen, dat ik in die hitte, alleen maar aan het denken was, omdat het haken zelf een plakboel werd. Ineens kwam er een idee. Het zou wel leuk zijn om een vliegengordijn te gaan maken voor de deur tussen de keuken en de kamer. Als "vliegentegenhouder" verwacht ik er niet veel van en ook tocht zal het niet echt tegenhouden, maar een mooi, decoratief gordijn, dat de inkijk in de keuken een beetje tegenhoudt, daar voel ik zeker wel voor.

Meteen schoot mij, mijn vorige vliegengordijn weer in gedachte. Eind jaren `70 had ik van sisaltouw een groot vliegengordijn gemaakt in de macrametechniek. Het zat in de achterdeur van ons huis en heeft daar jarenlang zijn werk naar behoren gedaan. Helemaal retro zouden we tegenwoordig zeggen en jahoor, ons huis hing vol met mijn macramecreaties. Het was ook zulk leuk werk.

Zou ik daar nog een foto van hebben? Hoewel ik al mijn hobbywerk, wat ik verkocht of weggaf, heb gefotografeerd, ben ik zo dom geweest mijn werk voor eigen gebruik helemaal te vergeten. Vanavond ben ik op zoek gegaan naar een familiefoto uit die jaren, waar hij misschien nog op zou kunnen staan. Het was spannend, maar pffff, uiteindelijk vond ik zegge en schrijven één foto!. Deze is gemaakt tijden dochter Suzanne`s verjaardag in 1980. Dat het de "macrametijd" was is duidelijk, want ook op het andere raam hing een grote creatie. 






















Maar nu de plannen voor de komende tijd. Zelf dacht ik allereerst aan haken. Niet zo slim achteraf, want losse slierten kettingsteek vult niet erg op en dan zal ik er, vooral bij deze brede deuren [seniorwoning] wel heel veel nodig hebben. Of macrame? Ook niet slecht. Het is een leuke techniek, die nog behoorlijk in mijn vingers zit. Als materiaal denk ik aan touw of [iets van deze tijd] misschien wel zpagetti. Ben er nog niet precies uit, maar dat is niet erg, want de weersvoorspelling is zodanig, dat ik waarschijnlijk nog heel veel kan nadenken.

maandag 2 april 2018

Muis Jantje



Het moest er toch maar eens van komen. Even iets anders om te haken. Van Ingrid hoorde ik iets van Muis Jantje. Een van de zovele facebook-haakgroepen, die haken voor het goede doel. Altijd handig vind ik. Lekker bezig zijn, zonder dat je een heleboel spullen maakt, waar je met de beste wil van de wereld niet weet, wat je er mee moet. Dus ben ik maar eens gaan googelen naar gegevens over deze groep. De info van muis Jantje, is kort en bondig.
Ik citeer:
"Gehaakte Jantje muizen voor mensen met Alzheimer / dementie, op volledig vrijwillige basis
gehaakt".

Ik werd lid van de groep en zag foto`s wat anderen zoal hadden gehaakt. Het was een vrolijk gezicht, al die muizen, en besloot ook maar eens een greep in mijn katoenbak te doen. De materiaaleisen zijn [terecht] nogal streng en het resultaat was, dat niet alle katoen aan die eisen voldeed. Gelukkig is Nu hier een Wibra in de buurt, dus was dat probleem snel opgelost.

Intussen had ik ook een oproep voor muizen gezien die uit het Westfries Gasthuis. "Heerlijk", dacht ik, "een thuiswedstrijd, geen gehannes met opsturen, maar lekker even langsbrengen, dat is veel eenvoudiger". Zo gezegd, zo gedaan, ik haakte twee muizen en bracht deze meteen weg. Ze werden gelukkig goedgekeurd, en nu toen ging ik los en ontstond deze "muizenbende".


Voorlopig is het even genoeg, want de beren staan ook te dringen om weer te worden gemaakt. Kijk, ja, dat is wel een nadeel van haken voor goede doelen. Het is nooit af en je bent nooit klaar en keihard zeggen ik stop ermee, vind ik ook reuze moeilijk. Een luxe dilemma, waar ik wel nooit uit zal komen.

dinsdag 20 maart 2018

Beertje Blue



Na de fantastische aanvulling van mijn wolvoorraad door berendekens, ging mijn voornemen, om alleen beertjes te haken met haaknaald 4 een beetje de mist in. Er zat veel dunnere wol tussen, die totaal ongeschikt was voor zo`n dikke naald. Wat te doen? Mijn berenproductie is te groot om met een dunnere haaknaald dan 4 te gaan werken, want dat zou toch echt teveel extra werk gaan opleveren, dus werd "dubbeldraads" het toverwoord. Dat was een goede optie, maar voor dit samengestelde garen, werd helaas ook haaknaald 4 te dun. Probleem 2 was hiermee geboren, want zou ik mijn standaardbeertje gaan haken met 5 of nog hoger, wordt het reusachtig en te groot als berendekengeschenk.

Gisterenavond kwam ik dus tot de conclusie, dat er maar één oplossing over was. Ik zou die grijze cellen in mijn hoofd maar weer eens aan het werk moeten zetten, om mijn beertje Bart voor haaknaald 5 geschikt te maken.

Vandaar dit nieuwe patroontje. Het blauwe beertje Blue is bijna even groot als Bart, maar gehaakt met dubbeldraadse dun uitgevallen Wibra [of andere haaknaald 3 wol] en haaknaald 5. Ook haaknaald 5,5 is geschikt en misschien kan 6 ook nog wel.


Op de foto van het kladje kan je zien hoe het patroon tijdens het werk ontstaat. Het is een rommeltje en meteen een aardige puzzel om er later een leesbaar patroon-schema van te maken.

Have fun!


[Ps. Ik heb hem er al op gezet, maar heb nog geen tijd gehad het patroon alsnog te maken, dus als er nog fouten in zitten, hoor ik het graag!]






maandag 29 januari 2018

Rondjesdeken-6

Hij is af!!!!. Ik ben helemaal verbaasd, dat dit het resultaat is van een paar restbolletjes opruimen. Nou ja, een paar ......! Het is een flink uit de kluiten gewassen schitterende deken geworden van 2x2 meter.

zondag 28 januari 2018

Rondjesdeken-5


Oei, zeer tevreden over de middenbaan. En dat na al die twijfels en gepieker van eergisteren. Heb uiteindelijk toch mijn gevoel gevolgd, haha, en ben vanuit het midden de banen gaan plaatsen. Bij de baan met de zwarte vierkanten kon ik volstaan met twee toeren zwart aan beide zijkanten, om de benodigde breedte te krijgen. Maar bij de smalste baan moest ik meer uit de kast trekken. De opvulling aan de zijkanten van de baan met de rondjesvierkanten is verrassend mooi geworden. Het lijken wel bloemen. Wauw, hieruit blijkt voor de zoveelste keer dat ik meer moet "durven" en "gewoon doen"!

vrijdag 26 januari 2018

Rondjesdeken-4

Na feestdagen en jaarwisseling begon mijn opruimingsdrift weer te kriebelen. Nu was mijn wolvoorraad het slachtoffer. Een doorn in mijn oog zijn vier nog ongebruikte en 4 al opgewonden bollen zwart. Veel te veel en wat kan ik ermee?  Eigenlijk niets, want het is een lastige kleur om mee te werken. De meest donkere dagen mogen dan al voorbij zijn, veel soelaas biedt dat niet. Zelfs onder een goede lamp is het moeilijk om met die kleur te werken. Ten tweede is die zwarte wol een stuk dunner dan de rest en dat maakt de zaak er ook niet eenvoudiger op. Met het mooie ontwerp van mijn avalon african big flower square [en toch maar zwart] heb ik de laatste dagen nog wat gaten gevuld. De strook van die drie vierkanten staat helaas niet apart op de foto maar dat maakt niet uit. 

Vanmorgen heb ik alle losse stukken van de zolder gehaald en in de kamer uitgelegd. Ik besloot de buitenste twee lange stroken als basis te gebruiken en één brede middenstrook in zijn geheel ertussen te naaien. Vandaar dat ik nu de lange buitenstroken verder maar even buiten beschouwing laat.


De middenstrook bobbelt enorm, dat is duidelijk te zien op de foto en dat komt vooral door het dikteverschil van de wol. Het maakt het moeilijk om de nog in te vullen ruimtes te meten en ik besloot het uitgelegde werk met grote steken aan elkaar te rijgen. Daarbij ben ik uitgegaan van het midden, waardoor ik aan beide zijden, van de twee middelste stroken, kleine ruimtes overhield. Zo zit het werk momenteel in elkaar, maar het kan anders. Ik zou bijv. de banen, aan één kant recht langs de buitenbaan kunnen leggen, zodat de ruimtes niet meer worden verdeeld en dus groter worden. Een derde mogelijkheid is, de twee middenbanen te laten verschuiven. Eentje links langs de kant en de andere rechts. Daar moet ik nog maar eens goed over na gaan denken. Ook de maten van de lengte zijn nu nog niet correct. Zo te zien [onderkant foto] hou ik nog een ruimte 10 cm over, dat de middenstrook korter is als de buitenkant. Toch zal die waarschijnlijk helemaal verdwijnen, want door het rijgen werd de strook wel korter. Allemaal dingen waar rekening mee moet worden gehouden. Een lekker werkje nog. Hoewel één ding weet ik al wel. Ik was uitgegaan van een restjesdeken, waarin de chaotisch aan elkaar gezette vierkanten er een eenheid van zouden maken. Zo te zien is dat helemaal niet gelukt. Met de kleuren, ja, dat is een aardig allegaartje, maar met het patroon, helaas! Allereerst al, zette ik twee keer twee dezelfde stukken inelkaar en  dan plaats ik ze ook nog eens symmetrisch in de deken. Blijkbaar zit dat in mijn genen. Toch wel een beetje jammer want ik had die chaotenboel heel graag uitgeprobeerd. Maar ach, mooi wordt hij wel en dat is toch het belangrijkste?

woensdag 17 januari 2018

Gordijnaapje




Ahwww, toen ik hem bij dochter Ingrid gezien had, werd ik er spontaan verliefd op. Die wilde ik ook maken! Mijzelf kennende moest ik dat eerst nog een tijdje op me in laten werken, maar eergisteren was dat tijdperk afgelopen. Ik wilde beginnen. Aangezien Ingrid hem ook al had gemaakt, was de voorbereiding snel klaar. Aan haar kon ik vragen hoeveel wol ik nodig had en met welke haaknaald ik aan de gang moest. Dank voor deze info Ingrid!. Gelukkig had ik nog een goede kleur in voorraad, dus ook dat was snel geregeld. Maandag begon ik.

De kop en lijf was een eitje, maar verder was het toch nog wel even prutsen. Daarbij ben ik helemaal niet gewend van patroon te werken en lees ze slecht. De straf daarvoor kwam toen het hele beest, behalve de armen en oren, al in elkaar zat. Het was een lief aapje, maar keek recht voor zich uit als hij op de tafel zat. Ik keek hem aan en toen viel het kwartje. Oeps, dat klopte val geen kant!!. Dus moest de kop weer van het lijf en toen ik toch eenmaal bezig was met slopen, heb ik meteen de snoet er weer afgehaald, want die vond ik eigenlijk een beetje te laag zitten ten opzichte van ogen. 


Ach dat was allemaal geen ramp, want met ruim 250 beren maken achter de rug, ben ik wel gewend dat er iets niet helemaal gaat zoals het zou moeten. Vrij snel zat de boel tot volle tevredenheid weer in elkaar. Nu de armen nog. Kokertjes van 9 vasten in het rond haken, zijn beslist niet mijn hobby, maar ik moet niet zeuren, want de armen van dit beest zijn cruciaal. Zonder die, geen gordijnaap, dus werd het even afzien. Na zien van het resultaat, was die ergernis echter heel snel vergeten. Subliem, mooi, toppie, geen superlatief kon mijn enthousiasme doven.

Nu zit zij mooi en nuttig te wezen op het gordijn. Ja ook nuttig, want op deze manier verving zij een simpel sisal touwtje, waarmee het gordijn vanwege brandgevaar, al was samengebonden, om ruimte te maken voor allerlei ziggo apparatuur dat eronder staat.


Helaas kan ik het patroon niet meer terugvinden via Google. Het is van Loes Ryman-Sekeris, die ik , alleen op pinterest terugvond. Het patroon stond daar niet meer bij. Wel vond ik andere aapjes. Misschien heeft een andere zoeker meer succes. Ik haakte met dubbeldraadse Saskia [Wibra] en haaknaald 5.  

zondag 31 december 2017

De schaatskindjes

Voor ik deze blog kon schrijven was dochter ingrid me al voor. Zij schreef onderstaande al op facebook.:


Wat een lieve laatste zin. Dank je wel!

De opzet van mijn verhaaltje was intussen ook al klaar. Dat begon zo:

Oh, ik ben zo blij, gedurende mijn lange creatieve leven, bijna alle werkstukken, die ik maakte, op de foto heb gezet. Het is begonnen met breien. Pas getrouwd, werd ik geinspireerd, door mijn schoonmoeder, die ook niet stil kon zitten en daardoor altijd wel een breiwerkje op de pennen had staan. De kinderen waren een willoos doel voor mijn aktiviteiten, en ik vond altijd wel een leuk patroon voor een kledingstuk in de ruim voor handen zijnde breiboeken. Haken kwam wat later en toen het allemaal een beetje "uit" begon te raken, heb ik me op het origami gestort. Na het origami ben ik teruggekeerd tot de bron. Hoewel, terugkeren, is een groot woord, want door alle andere creatieve hobbies heen, bleef ik, meestal voor mijzelf, heerlijk dikke truien breien. Nu in het digitale tijdperk, staan foto`s en patronen netjes in mappen op de computer en ik koester deze files enorm.


Vanmiddag zaten dochter Ingrid wat te rommelen op de laptop, waarop ik ineens, een foto tegenkwam van mijn schaatsertjes. “Oh”, zei Ingrid, “Dat is jeugdsentiment, want die hebben altijd op mijn kamer gehangen. Zo schattig!. Ik wil hem eigenlijk nog wel eens maken”. Ik ging daar op door, en zei, “Ja leuk, dan zal ik wel proberen, het van de foto af op patroon te zetten. Via een excelbestandje moet dat lukken”.
Intussen is het bijna middernacht en heeft Ingrid al een kwart van het patroontje gehaakt. Zo snel kan het gaan dus, dat een foto van ruim 35 jaar terug, ineens weer werkelijkheid wordt.



De volgende dag:

Het is oudjaarsdag. In de middag vroeg ik Ingrid hoever het haakwerk al klaar was. Ze stuurde me een printje van het patroon, waarop de toeren zo ongeveer driekwart waren afgestreept. De foto, haha, daar mocht ik op wachten, tot hij klaar was. Leuk hoor!. Maar ja, ik had zoiets kunnen verwachten. Ik hoefde niet lang te wachten. Na verloop van een paar uurtjes vond ik onderstaande foto op fb. Geweldig Ingrid, ik vind het allemaal super, maar nu komt alleen het lastigste nog. Hoe komen we in vredesnaam aan een vierkant frame om hem in te spannen?. Nou ja, eerst maar eens de jaarwisseling vieren. Maar het eerste [luxe]probleem voor het nieuwe jaar heeft zich al aangediend. :-).








dinsdag 5 december 2017

Lichtslinger met gehaakte bloemen


Nu mijn bloemenslinger af is, komt hier, zoals beloofd mijn patroon.  Maar hoe je het precies doet, is nogal afhankelijk van je lichtsnoer en materiaal. Vanwege de veiligheid heb ik LED-lampjes genomen, omdat die een stuk minder warm worden.

Een mooie slinger maken is afhankelijk van een paar dingen.
1. De groote van de bloemen,
2. de woldikte en haaknaald
3. de grootte van de lampjes
4. en vooral de ruimte tussen lampjes
Probeer hierin een goede balans te vinden.

Mijn bloemen zijn gemaakt van Saskia wol [Wibra] en hknld 4 en de lampjes zaten ca. 8 cm van elkaar. Vandaar dat ik de keuze heb gemaakt om twee verschillende bloemen te maken, omdat de ruimte te klein was voor allemaal dezelfde bloemen. Als je eenmaal doorhebt, hoe de bloem gemaakt is kan je oeverloos experimenteren met grootte en breedte van de bloem door kleinere of grotere lossenbogen te maken. Ook kan je in het bloemblad van de grote bloem een paar dubbele stokjes maken. Zo wordt de bloem nog wat voller.

 Nb:Ik spreek in het patroon over ruime lengte van draden. Dwz. ca. 15-20 cm.

GROTE BLOEM:
toer 1+2: kleur A [wit], toer 3+4: kleur B [roze].

toer 1.
8 vasten in een magische ring. Begin met een ruime lengte. Maak in aan het begin van deze draad een klein knoopje, zodat je later weet met welke draad ik de magische ring dichtgetrokken kan worden. De toer sluiten met een halve vaste in de 1e vaste.
toer 2.
5 lossen, 1 vaste in de volgende vaste [1e boogje]. Maak nog 7 boogjes van [4 lossen, 1 vaste] in elke volgende vasten. Draad afbreken met een ruime draad.



toer 3.
Werk aan de achterkant.Dit is even lastig en ik heb geprobeerd met wat foto`s dit te verduidelijken. 4 lossen in een willekeurige vaste van de vorige toer, 1 vaste in de volgende vaste. [er komt dus een tweede vaste in de vasten van toer 1].Daarna nog 7 boogjes van [3 lossen, 1 vaste]. Vouw tijdens het haken de de lossenboogjes van toer 1 een beetje naar achter, dat werkt gemakkelijker. Sluit de toer met een halve vaste in het eerste boogje, maak 1 losse en keer het werk.
toer 4.
Haak achterlangs en maak in elke boog, 1 vaste, 5 stokjes.







KLEIN BLOEMETJE:
toer 1+2: kleur B [roze], toer 3: kleur C [groen]

toer 1.
als toer 1 van de grote bloem.
toer 2.
als toer 2 van de grote bloem.
toer 3.
als toer 3 van de grote bloem, maar maak ipv 3-lossenboogjes, boogjes van 6 lossen.



AFWERKING:
1. Hecht de draden van toer 3 en 4 af.
2. Steek de draad van toer 2 naar het midden en naar achteren. Pas wel op dat je niet door toer 1 steekt, want dan kan je de magische ring niet meer aantrekken.
3. Haal het lampje door de magische ring en trek hem aan. Leg er met de tweede lange draad minstens één stevige knoop in. Laat op die knoop een druppel lijm vallen.
4. Vlecht als het ware nog wat om het snoer een en leg er nog wat knopen op. Ook die nog vastlijmen.
5. Nu kan je ook de laatste twee draden afknippen. Hoewel, ik koos ervoor om ze nog heel kort even door de bloem te halen en daarna af te knippen.



















Waar ik mijn eerste lichtslingers vond en hoe het allemaal verder ging kan je lezen op mijn verhaaltjesblog": http://avalon045-avalon.blogspot.nl/2017/12/spelen-met-lichtjes.html



vrijdag 24 november 2017

"Rondjes"-deken-3


Ondanks mijn zere arm toch nog maar 14 van de resterende 16 grannies, via 2 strips van 7 vierkanten, aan het grote stuk vastgenaaid. Dat wist ik al zeker. Nu wordt het met de resterende 2 grote en 2 kleine vierkanten een vlak van 82x112 cm opvullen. Dat zal nog het nodige denk- en haakwerk gaan opleveren. Wordt vervolgd......

woensdag 22 november 2017

"Rondjes"-deken-2


Vanmorgen heb ik maar eens de hele boel uitgelegd op zolder. Het was nog niet erg koud, dus kon ik er nog wel aan de gang. Het enige idiote van dit huis is, dat er boven geen verwarming is en dat is in november niet echt een pluspunt. Maar okee, met eigenlijk teveel met mijn hoofd naar beneden, is het gelukt, de deken op de grond uit te leggen. Meteen al ondekte ik dat, als ik zou doorgaan via het nu uitgelegde patroon, hij bijna vierkant wordt [1.90m x 1.80m].  Prima!. want wat voor maat ook, alles is goed, als hij maar groot wordt.

Mijn plan is nu om de buitenkant zoals die op de foto te zien is aan te houden en het middenstuk, een vierkant van 1.12m x 1.18m op te gaan vullen. Hiervoor heb ik al twee grote vierkanten [die op de foto al te zien zijn] en nog 16 losse polkadot grannies die nog in de la liggen. Dat is duidelijk niet genoeg, dus moet er ook nog het nodige creatieve denkwerk worden verricht, Met dat laatste kan ik meteen beginnen, maar de rest moet helaas even wachten, want een zere arm, die ongetwijfeld is onstaan door mijn fanatieke haakaktiviteiten, verplicht mij om het even wat kalmer aan te doen.

dinsdag 21 november 2017

Klein engeltje









Nu ik toch bezig ben met het alleen maar schrijven over ervaringen van mijn haakactiviteiten, wil ik nog wel iets kwijt. Vorige week gingen we wegens een familiefeestje een nachtje ergens in een hotelletje overnachten. Leuk, natuurlijk, maar ik liep, zoals wij haaksters allemaal waarschijnlijk, meteen te denken, zal ik iets meenemen om te haken, of niet?


Dochter Ingrid kwam als geroepen. Creatief als zij is [van wie zou ze dat nou hebben??],  had ze van een foto een modelletje nagemaakt en ook uitgeschreven. Of ik dat niet kon meenemen en uitproberen. Twee kleine bolletjes en 1 haaknaald is geen superbagage en zou het er niet van komen is het ook geen ramp. Zo gezegd, zo gedaan, en ja, hoor; slechte slaper die ik ben, lag ik tegen middernacht, met een ronkende echtgenoot naast me, in een uitstekende en lekker warme Brabantse hotelkamer het engeltje van de foto te haken. Het was niet groot en op een been na, heb ik het afgemaakt, voordat ik ben gaan slapen.


Een paar dagen later heb ik het resterende been gehaakt en het engeltje in elkaar gezet. Ik vind het een supermodel! Het patroontje blijft helaas prive. Het komt van een kooppatroon en we willen er beide absoluut niet de oorzaak van zijn, dat dit ergens problemen zal gaan opleveren.